Roelf Roelfs 

Gospeldirigent / Organist 

 

Johannes 9,1-41

Genezing van een blindgeborene

1 Bij het naar buiten gaan zag Hij een man die al vanaf zijn geboorte blind was. 2 Zijn leerlingen vroegen Hem: ‘Rabbi, waarom is hij blind geboren? Heeft hij dat te wijten aan zijn eigen zonde of aan die van zijn ouders?’ 3 Jezus antwoordde: ‘Niet aan zijn eigen zonde, en evenmin aan die van zijn ouders. Nee, de daden van God moeten in hem openbaar worden. 4 We moeten de daden van Hem die Mij gezonden heeft, verrichten zolang het dag is; de nacht komt, en dan kan men niet werken. 5 Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht van de wereld.’ 6 Na deze woorden spuwde Hij op de grond, maakte wat slijk van zand en speeksel en streek dat op de ogen van de blinde. 7 Daarna zei Hij tegen hem: ‘Vooruit, ga u wassen in het Siloambad.’ (Siloam wil zeggen: gezondene.) De man ging ernaartoe, waste zich en kwam ziende terug.

8 Zijn buren en degenen die hem voordien vaak hadden gezien – hij was namelijk een bedelaar – zeiden: ‘Is dat niet de man die altijd zat te bedelen?’ 9 ‘Inderdaad’, zeiden sommigen. ‘Welnee,’ zeiden anderen, ‘maar hij lijkt er wel op.’ Maar hijzelf zei: ‘Toch wel, ik ben het.’ 10 ‘Maar wat is er dan met je ogen gebeurd, dat je nu ineens kunt zien?’ vroegen ze. 11 Hij antwoordde: ‘Een zekere Jezus maakte wat slijk en streek dat op mijn ogen. Toen zei Hij: “Ga nu naar de Siloam om u te wassen.” Ik ben dus gegaan, en toen ik mij gewassen had, kon ik zien.’ 12 ‘Waar is die man?’ vroegen ze. ‘Dat weet ik niet’, zei hij.

13 Ze brachten de man die blind geweest was bij de farizeeën. 14 Nu was de dag waarop Jezus slijk had gemaakt en zijn ogen had geopend, een sabbat. 15 Daarom stelden ook de farizeeën hem de vraag hoe het kwam dat hij nu kon zien. Hij antwoordde: ‘Hij deed wat slijk op mijn ogen, ik heb me gewassen en nu zie ik.’ 16 ‘Zo iemand komt niet van God,’ oordeelden sommige farizeeën, ‘want Hij houdt de sabbat niet.’ Anderen merkten op: ‘Maar hoe zou een zondaar zulke tekenen kunnen verrichten?’ Kortom, er was verdeeldheid onder hen. 17 Ze richtten zich toen opnieuw tot de blinde: ‘Wat denk jij ervan? Hij heeft toch je ogen geopend!’ ‘Dat Hij een profeet is’, antwoordde hij.

18 De Joden wilden niet geloven dat de man die nu kon zien ooit blind was geweest, zolang ze zijn ouders er niet bij geroepen hadden 19 en hun de vraag hadden gesteld: ‘Is dit wel degelijk die zoon van u die volgens uw zeggen blind geboren is? Hoe komt het dan dat hij nu kan zien?’ 20 De ouders antwoordden: ‘We weten dat dit onze zoon is en dat hij blind geboren is. 21 Maar hoe het komt dat hij nu kan zien, dat weten we niet. En wie zijn ogen geopend heeft, dat weten we evenmin. Dat kunt u beter aan hem vragen: hij is oud genoeg, hij kan zelf zijn woord wel doen.’ 22 Zijn ouders spraken zo omdat ze bang waren voor de Joden. Want die hadden ondertussen besloten dat iedereen die Jezus als de Messias erkende, uit de synagoge gebannen zou worden. 23 Dat was de reden waarom zijn ouders zeiden: ‘Hij is oud genoeg, vraag het maar aan hem.’

24 Toen riepen ze de man die blind was geweest voor een tweede verhoor bij zich: ‘Wees nu eens eerlijk voor God! We weten dat die man een zondaar is.’ 25 Maar hij antwoordde: ‘Of Hij een zondaar is, daar weet ik niets van. Wat ik wel weet, is dat ik eerst blind was en nu kan zien.’ 26 ‘Wat heeft Hij met je gedaan?’ vroegen ze. ‘Hoe heeft Hij je ogen geopend?’ 27 ‘Dat heb ik toch al verteld,’ antwoordde hij, ‘maar u hebt niet geluisterd. Waarom wilt u het nog eens horen? Wilt u soms ook leerlingen van Hem worden?’ 28 Toen werden ze grof en zeiden: ‘Jij bent een leerling van Hem, wij zijn leerlingen van Mozes. 29 Wij weten dat God heeft gesproken tot Mozes; maar waar Hij vandaan komt, daar weten we niets van.’ 30 Hierop gaf de man ten antwoord: ‘Maar is dat nu juist niet merkwaardig, dat mensen als u niet weten waar Hij vandaan komt? En Hij heeft mij nog wel de ogen geopend. 31 Naar zondaars luistert God niet, dat weet toch iedereen. Maar naar iemand die ontzag voor Hem heeft en zijn wil doet, naar zo iemand luistert Hij. 32 Nog nooit heeft men gehoord dat een mens de ogen heeft geopend van iemand die als blinde geboren was. 33 Als die man niet van God kwam, had Hij dat nooit gekund.’ 34 Toen voeren ze tegen hem uit: ‘Wat? Jij die vanaf je geboorte een en al zonde bent, jij wilt ons de les lezen?’ En ze gooiden hem eruit.

35 Jezus hoorde dat ze hem eruit gegooid hadden, en toen Hij hem teruggevonden had, zei Hij: ‘Gelooft u in de Mensenzoon?’ 36 Hij antwoordde: ‘Wie is dat, Heer? Dan zal ik in Hem geloven.’ 37 Toen zei Jezus: ‘U hebt Hem ontmoet: het is degene die met u spreekt.’ 38 ‘Heer, ik geloof’, zei hij, en hij wierp zich voor Hem neer.

39Jezus zei: ‘Ik ben in de wereld gekomen om het oordeel te vellen. Dan zullen zij die niet zien, zien en zij die zien, zullen blind worden.’ 40Een paar farizeeën die bij hem stonden en dat hoorden, zeiden: ‘Wij zijn toch zeker niet blind!’ 41‘Was u maar blind,’ zei Jezus, ‘dan zou u zonder zonde zijn. Maar u beweert dat u kunt zien, en dus blijft uw zonde.’


Uit: De Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap

 

Beluister hier een preek van ds. Jaap Zijlstra.

Wat is de bedoeling van dit verhaal. Jezus heeft vele wonderen verricht zonder dat hij eerst allerlei handelingen deed of opdrachten gaf. Dit keer anders. Er is een discussie over wat er fout is gegaan dat deze man blind geboren is. Jezus zegt daarop dat Hij het licht der wereld is en dat Hij gekomen is om door deze blinde te laten zien dat je ziende kunt worden.

Jezus maakt slijk en smeert dat op de ogen van de man die vervolgens de opdracht krijgt om zich te wassen. Wat is dit nu voor onzin zou je kunnen denken, maar zou Jezus bedoelen dat we allemaal het licht niet meer zien omdat we verblind zijn door het slijk der aarde. Dat is een term die we nog steeds gebruiken, voor de zucht naar geld en macht en eigen eer. Jezus zegt: je kunt niet zien omdat je allemaal verblind bent. Hij zegt dat je daar wat aan kunt doen door je te laten wassen in de Siloam. De Bijbel geeft gelijk een hint; tussen haakjes wordt de vertaling gegeven van Siloam; het betekent ‘de gezondene’. Dus Jezus zegt eigenlijk tegen ons: hou eens op met dat achter de meute aanrennen en ook meer geld, meer macht, meer eer te krijgen, maar ga naar Jezus (de gezondene bij uitstek) en laat je daar wassen. Krijg van hem weer het licht, want Hij is het licht der wereld. Je krijgt dan weer helder zicht over wat echt belangrijk is in het leven.

Je zult veranderen hierdoor. De doet anders dan de mensen van je gewend zijn. Mensen zullen vragen wie is dat, is dat die we altijd kenden? Medemensen zullen omdat je nu met Jezus op pad gaat, uit de weg gaan en de keuze maken voor wat algemeen geaccepteerd is. Het zal je toch gebeuren dat je uit de groep wordt gezet. Je hoort nu al veel: hé het is 2013, dan geloven we dat toch zeker niet meer; dat is toch achterhaald, dit kan echt niet meer, vloeken etc moet gewoon kunnen, want met die onzin doen we toch zeker niet mee. En inderdaad we blijven te veel om de lieve vrede wil maar accepteren wat de anderen allemaal roepen, maar zijn we dan eigenlijk niet allemaal blind en we willen schijnbaar ook blind blijven. We moeten naar de Siloam en ons daar wassen en zo met helder zicht de toekomst in gaan en ons inderdaad maar onderscheiden van de anderen door ander gedrag, door een heel andere belijdenis.

Design by: www.diablodesign.eu